Maak kennis met de perfecte combinatie van fris, zoet en romig: dunne Nederlandse pannenkoeken met frambozen, witte chocolade en een vleugje citroenrasp. Met een goede pannenkoekenpan bak je ze precies zoals het hoort: goudbruin, flinterdun en onweerstaanbaar lekker. Of je nu een zondags ontbijtje maakt of een feestelijk dessert, deze pan zorgt voor de ideale hitteverdeling én een krokant randje. Ontdek hoe je met deze pannen je pannenkoeken naar een hoger niveau tilt!
Aan de slag!
- Voordat je gaat bakken haal je de ingrediënten uit de koelkast, zodat deze al op kamertemperatuur kunnen komen.
- Doe de bloem in een grote kom en voeg het zout en de vanillesuiker toe. Voeg de eieren toe en klop het geheel met een garde terwijl je langzaam de melk toevoegt. Blijf kloppen tot je een glad beslag hebt zonder klontjes.
- Roer de gesmolten boter, de gehakte witte chocolade en de geplette frambozen. Laat het beslag 15-20 minuten rusten.
Pannenkoeken bakken
- Verhit de pannenkoekenpan en begin op laag vuur. Voeg pas olie of boter toe als de pan goed warm is geworden. Laat de boter smelten tot het niet meer schuimt of tot de olie warm is geworden.
-
Giet een dun laagje beslag in de pan, draai de pan zodat het beslag mooi verdeeld is en bak de pannenkoek aan beide kanten goudbruin.
Serveren
- Leg de pannenkoeken op een bord, strooi de overige geraspte witte chocolade en frambozen er overheen. Je kunt de pannenkoeken ook opvouw of oprollen en bestrooien met poedersuiker.
- Serveer warm en eventueel met een extra drizzle van gesmolten witte chocolade!
