Spareribs maak je niet even tussendoor. Daar trek je een zaterdag voor uit. Een paar uur rook, een kleverige zelfgemaakte saus en vlees dat netjes van het bot laat. Perfect voor in augustus! - Bo
Waarom low & slow werkt
Spareribs zitten vol bindweefsel. Op lage temperatuur en met een beetje rook krijgt dat de tijd om zacht te worden, zonder dat het vlees uitdroogt. Wij werken met de bekende 3-2-1-aanpak, wat bijgeschaafd: eerst roken, dan ingepakt in folie zodat ze zacht worden, en tot slot lakken met saus.
Aan de slag!
- Trek het vliesje aan de achterkant van de ribs eraf. Begin met een botermes en trek met een stukje keukenpapier.
- Bestrooi de ribs rondom met de rub en laat ze 30 minuten op kamertemperatuur liggen.
- Stook de BBQ op voor indirect garen op 110 à 120°C en leg wat stukjes rookhout op de kolen.
- Leg de ribs met de botkant naar beneden aan de indirecte kant. Laat ze 3 uur roken.
- Maak ondertussen de saus: fruit de ui en knoflook in een pannetje, en voeg ketchup, appelazijn, bruine suiker, mosterd, worcestersaus en gerookte paprikapoeder toe. Laat het 15 minuten zachtjes inkoken.
- Pak de ribs in aluminiumfolie met een scheutje appelsap en leg ze nog 1,5 à 2 uur terug.
- Haal ze uit de folie, smeer ze in met saus en laat ze nog 30 minuten zonder folie garen, tot de saus plakt.
- Snijd ze tussen de botjes door en serveer met de rest van de saus.
Tip
Om te checken of je ribs klaar zijn, pak je ze in het midden op met een tang. Buigen ze flink door en scheurt de bovenkant een beetje? Dan zijn ze klaar.
Bewaren en restjes
Spareribs blijven 3 dagen goed in de koelkast. Warm ze ingepakt in folie met een scheutje water op in de oven of op de BBQ. Overgebleven saus blijft in een pot een week goed.
Bekijk de materialen

